ZMf over hoogbouw; waar wel, waar niet?

ZMf over hoogbouw; waar wel, waar niet?

Hoogbouw, met regelmaat worden vanuit de markt daarvoor plannen ingediend. Wij vragen ons daarbij altijd af: Is Zeeland gebaad bij hoogbouw, wordt onze provincie er beter van? En dus: Wanneer is hoogbouw wenselijk en wanneer juist niet?

Wat is hoogbouw precies?

Hoogbouw gaat over bedrijfsgebouwen, woningbouw en kantoren, die . 30 meter of hoger (ca. 10 verdiepingen) zijn. Deze gebouwen zijn vaak minimaal twee keer hoger dan alle andere gebouwen in de omgeving. Ze hebben daarmee een zichtbaar effect op de wijde omgeving, het landschap. Ze hebben dus een impact op de ruimtelijke kwaliteit van een  gebied dat groter is dan alleen de betreffende gemeente waar de hoogbouw staat of moet komen. Overigens vallen kerktorens, lichtmasten en schoorstenen niet onder hoogbouw.

Hoogbouw is niet altijd negatief

Hoogbouw klinkt bij mensen soms negatief in de oren. En er zijn zeker minpunten en legio voorbeelden van hoe je hoogbouw eigenlijk niet wilt hebben. Maar hoogbouw kan ook interessant zijn, vooral  in stedelijk gebied. Hoogbouw kan de openbare ruimte verbeteren, mooier, levendiger en sociaal veiliger maken). Er wonen of werken dan veel mensen en er zijn veel faciliteiten op een gering bouwoppervlakte. Het zorgt voor een rendabeler grondexploitatie. Bovendien kan hoogbouw de structuur van een stad of gebied beter zichtbaar maken en daarmee fungeren als oriëntatiepunt of onderscheidend landschappelijk element. In de groeiende stad kan bouwen in de hoogte ruimte besparen die ingezet kan worden voor groen en landschap.

Hoogbouw moet passen

Of hoogbouw geslaagd en wenselijk is, is afhankelijk van de context waarin het staat of moet komen. Een hoog gebouw past vaak goed tussen andere hogere gebouwen of in een al verdicht gebied. Daar doet het geen afbreuk aan een zichtlijn en kan het die juist verfraaien. Bovendien is verstedelijkt gebied vaak al afgestemd op hoogbouw, onder andere voor de bereikbaarheid ervan doormiddel van verkeersroutes en openbaar vervoer.

Geen incident

Komt er in het landelijk gebied of in een dorp met alleen laagbouw ineens een hoog gebouw, dan is dat een vreemde eend in de bijt ten opzichte van de rest van de omgeving. Die incidentele hoogbouw oogt stedelijk en misplaatst doordat het niet aansluit op het verder open landschap.  Waar hoogbouw is, zijn meer mensen, meer auto’s, meer wegen en parkeerplekken, noem maar op. De oorspronkelijke bebouwing en inrichting van het gebied is daar niet op afgestemd. Dit kan voor overlast zorgen en het oorspronkelijke karakter van een gebied aantasten.

Hoogbouw in Zeeland?

Dus, hoogbouw in Zeeland? Alleen als daar een hele goede reden voor is en past bij de omgeving. Bijvoorbeeld omdat steden (Vlissingen, Middelburg, Terneuzen en Goes) groeien en er meer woon en werkruimte nodig is binnen de bebouwde kom. Juist in deze gebieden kan met hoogbouw een kwaliteitsslag gemaakt worden door de beschikbare ruimte binnen de stad efficiënter te gebruiken. De ruimte buiten de steden blijft dan behouden voor natuur en het open landschap dat Zeeland kenmerkt en aantrekkelijk maakt. Daar is hoogbouw niet gewenst en ook niet nodig. ). Het is aan gemeentes zelf hoe zij hun verstedelijkt gebied indelen. Wij pleiten voor een transparante hoogbouwvisie die hen daarbij kan helpen de juiste keuzes en afwegingen te maken.

 

Foto: ARCAS architecten

Tags:

Meer weten?

Profiel Robbert Trompetter

Robbert Trompetter

Programmamanager Ruimtelijke ordening & landschap