Soorten bomen en struiken gratis boompjes uitdeelactie 2022

Soorten bomen en struiken gratis boompjes uitdeelactie 2022

Je kunt in deze uitdeelactie kiezen uit 11 inheemse bomen en struiken die het allemaal goed doen in Zeeland:

  • 5 bomen: boswilg, linde, wilde walnoot, wilde appel, kerspruim
  • 6 struiken: eenstijlige meidoorn, groene hazelaar, gelderse roos, gele kornoelje, hulst en wilde liguster
Boswilg (Salix caprea)

Boswilg (Salix caprea)

De boswilg is een van de eerste bomen die bloeit na de winter en daarom erg geliefd bij bijen en andere insecten. Het is de typische wilg die men kent van de wilgenkatjes. De bloei begint al in maart en duurt tot en met april. De boswilg is een snelle groeier en wordt een grove struik of gedrongen boompje tot 10 meter hoog. Boswilg staat het liefst op een zonnige of half-zonnige plek. In de eerste twee jaar heeft de boswilg in droge periodes nog extra water nodig.

Foto: Sandra Dobbelaar

Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyn)

Eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyn)

De meidoorn groeit in het volle licht uit tot een stevige struik met één of meer stammen. Je ziet hem vanouds langs perceelgrenzen, watergangen en bosranden. Hij doet het goed op zwaardere gronden, en is minder bestand tegen arme grond en hoog grondwater. Hij kan goed tegen snoei, ook als geschoren haag. Hij verdraagt enige schaduw en is goed bestand tegen wind. Het is een langzame groeier met matige concurrentiekracht. De meidoorn heeft doorns en is daardoor goed beschermd tegen grote grazers en is geschikt voor veekerende heggen. Hij biedt ook veel nestel- en schuilgelegenheid aan vogels en knaagdieren. De meidoorn trekt diverse insecten en insectenetende vogels aan. Het meidoornhout is geschikt voor houtsnijwerk. De eenstijlige meidoorn heeft in mei/juni witte bloemen en krijgt daarna eetbare rode bessen. De rode vruchten kunnen zowel rauw als gekookt gegeten worden. Ze smaken zoet en licht sappig. Van de bessen kan jam gemaakt worden. Meidoorn is ook dé plant om hart-en vaatziekten mee te behandelen.

Foto: Lucien Calle

(Winter)Linde (Tilia cordata)

(Winter)Linde (Tilia cordata)

De kleine bladeren van de winterlinde zijn prachtig: hartvormig, frisgroen in de zomer en vrolijk geel in de herfst. En eenmaal op de grond doen ze ongekend goed werk: lindebladeren verteren heel makkelijk en voegen zo snel voedingsstoffen toe aan de bodem. De winterlinde bloeit in juni en juli. De bloemen zijn wit en vormen dichte groepjes van vier tot vijftien stuks en geuren sterk. Hommels en bijen drinken graag van de nectar. Voor honingbijen is de linde een belangrijke voedingsbron. De winterlinde kan uitgroeien tot een hoge boom, met brede ronde eivormige kroon. Hij doet het goed op rijke, vochthoudende leemgrond. Verdraagt goed schaduw en kan tegen wind. De linde laat zich makkelijk in een bepaalde vorm snoeien.
De bloemen worden gedroogd en als geneesmiddel gebruikt. Lindenbloesemthee werkt tegen ontstekingen in de mond en keel. Het is zeer geschikt voor gebruik door kinderen.

Foto: Lucien Calle

Wilde walnoot (Juglans regia)

Wilde walnoot (Juglans regia)

De walnoot is een statige boom die wel kan uitgroeien tot een hoogte van 10 tot 20 meter. De grote bladeren zijn bij het uitkomen nog roodbruin, later worden ze glanzend groen. Na de voorjaarsbloei (april-juni) vallen de forse, 6-8 cm lange katjes eraf. De sterke geur die door de bladeren wordt verspreid, houdt muggen en vliegen op afstand.

De oogst kan van jaar tot jaar veel verschillen. Als de noten in oktober rijp zijn, vallen ze vanzelf van de bomen. Raap ze wel op tijd om ongedierte voor te zijn! Walnoten zijn heel voedzaam en energierijk, rijk aan eiwitten en daardoor goede vleesvervangers.

Walnoten groeien op alle soorten grond en wortelen diep. Zware, dichte grond met ondoorlatende lagen zijn daardoor wat minder geschikt omdat het de wortels verstikt. De notenboom heeft veel licht nodig en is redelijk bestand tegen wind. De boom hoeft niet gesnoeid te worden, het is ook beter om dit niet te doen.

Foto: Stichting Landschapsbeheer Zeeland

Groene Hazelaar (Corylus avellana)

Groene Hazelaar (Corylus avellana)

De groene hazelaar is een grote, brede struik van 3-6 meter hoog met veel stammetjes. De hazelnoot is in september/oktober rijp. Hij groeit op voedselrijke, vochtige bodems en verdraagt wind goed (geen zeewind). De hazelaar kan veel schaduw verdragen, maar vormt dan lange, dunne takken die topzwaar kunnen worden. De eerste 6 jaar groeit de hazelaar langzaam, daarna wat sneller. Snoeien kan eind februari of juni, maar laat de hazelaar de eerste 6 jaar tot wasdom groeien voordat je echt aan het snoeien gaat.

Het is een waardevolle soort voor landschappelijke beplanting, in m.n. heggen en struwelen. Hij heeft een gunstige invloed op de strooiselvertering. Hazelnoten zijn voedzaam en bevatten veel van het  enkelvoudig onverzadigde omega-9-vetzuur oleïne, dat kan bijdragen aan een betere verhouding van het HDL/LDL cholesterol.

Foto: Sandra Dobbelaar

Wilde appel (Malus sylvestris)

Wilde appel (Malus sylvestris)

De wilde appel is in Nederland nog in kleine aantallen in het wild aan te treffen. De hoogte kan 10 meter worden, maar je kan hem snoeien, en de appels blijven klein. De appel-achtige vruchten van 3-4 cm doorsnede zijn eetbaar (zuur en smakelijk), maar het zijn geen handappels die doorgaans verkocht en gegeten worden. De wilde appel heeft een dichte, lage en koepelvormige kroon en de takken vormen een hechte structuur. De wilde appel bloeit met een schermvormige bloemtros aan de top van korte loten. De bloemen zijn 3-4 cm groot en hebben vijf witte kroonblaadjes met een roze waas. Ze zijn gevuld met veel gele meeldraden. Het roodbruine hout is hard en stug. Het splijt niet snel en heeft een fijne nerf. Het wordt vooral gebruikt voor klein snijwerk als ornamenten en handgrepen en voor beeldhouwen, omdat het hout voor grote formaten vaak te veel blijft werken.

Wilde appels zijn vanwege hun hoge pectinegehalte uitstekend geschikt om er appelgelei van te maken. In Engeland staat die bekend als apple jelly en is geliefd als een vitamine- en mineraalrijke toevoeging aan (winterse) vleesgerechten. In Frankrijk stookt men van de vruchten de sterke drank Calvados.

Foto: veggipedia.nl

Gelderse roos (Viburnum opulus)

Gelderse roos (Viburnum opulus)

De Gelderse Roos is een struik die breed uitgroeit en tot 4 meter hoog kan worden. Hij houdt niet zo van een schaduwplek, maar kan goed tegen (zee)wind.

De struik bloeit in het voorjaar met grote witte bloemen die op schermen lijken. Opvallend zijn de grote bloemen aan de buitenzijde en de kleine bloemetjes in het midden van zo’n scherm of tuil. De taak van de grotere randbloemen is om de aantrekkingskracht op bestuivers te vergroten. Je ziet dan ook veel zweefvliegen, kevers en vlinders op de bloemen. Na de bloei ontwikkelt de Gelderse roos scharlakenrode vruchten. Vooral lijsters en pestvogels (familie van de zangvogels) eten deze besjes. Wel pas in de winter, dan zijn ze niet meer zo bitter. De verspreiding van de steenvruchten door pestvogels is best bijzonder. Pestvogels komen niet iedere winter voor in Nederland, maar als ze er dan zijn bestaat er een leuk ritueel: ze geven de vruchten aan elkaar door. Dan eten ze het vruchtvlees eraf en laten het zaadje op de grond vallen.

Foto: Sandra Dobbelaar

Gele Kornoelje (Cornus mas)

Gele Kornoelje (Cornus mas)

Deze struik of kleine boom bloeit soms al in februari, maar zeker in maart, met kleine gele bloemen aan nog kale takken. De bloemen hebben kleine kroonbladen die een kruis vormen. Door de vroege bloei trekken de bloemen vroeg vliegende bijen en andere insecten aan. Na de bloei ontstaan rode steenvruchten. Deze kersrode bessen zijn wat wrang van smaak maar wel eetbaar, vooral goed te verwerken in compote. Vogels zijn gek op deze vruchten!

De stam van de kornoelje ziet er grillig en sterk vertakt uit. Hij heeft kronkelige takken en kan tot zo’n 6 meter hoog worden.

De gele kornoelje heeft geen bijzondere zorg nodig. Hij hoeft niet gesnoeid te worden, maar kan wel, je kan er zelfs een haag van maken. Als de kornoelje wat ouder wordt, kan hij worden verjongd door wat oude takken weg te snoeien direct na de bloei, bij voorkeur voordat het nieuwe blad verschijnt.

Foto: Lucien Calle

Wilde liguster (Ligustrum vulgare)

Wilde liguster (Ligustrum vulgare)

Ook wel gewone liguster genoemd, is een geliefde haagplant. De plant heeft smalle, langgerekte bladeren die heldergroen van kleur zijn. Tijdens de zomer is de gewone liguster prachtig versierd met kleine witte bloemetjes, en is een belangrijk plant voor bijen. Na de bloeiperiode verschijnen er zwarte (voor de mens giftige) besjes aan de plant. Deze besjes zijn echter populair bij vogels als voedsel. Ook maken vogels graag een nest in deze haag. De liguster verliest alleen bij extreem lage temperaturen zijn bladeren. Is het een milde winter? Dan behoudt de plant zijn bladeren gedurende de hele winter. Hij kan uitgroeien tot een tot 3 meter hoge, brede uitgroeiende, veelstammige struik. Hij verdraagt vrij goed schaduw, kan tegen wind en zee en groeit tamelijk snel. De liguster kan ook als geschoren haag gebruikt worden.

Foto: Nettie Wilderom

(Kers)pruim (Prunus cerasifera)

(Kers)pruim (Prunus cerasifera)

De kerspruim is eerder een grote struik dan een boom, maar hij groeit ook vaak uit tot een kleine, meerstammige boom van soms wel 8 meter. Een kerspruim is een krachtige groeier en bloeit zeer uitbundig en in het vroege voorjaar. Zo vroeg in het jaar vormen de kersenpruimen de enige voedselbron voor veel vroeg vliegende insecten zoals bijen en zweefvliegen. De bloeiende kerspruim is bovendien een lust voor het oog.

De kerspruimpjes hebben meestal het formaat van een kers en zijn meestal geel of rood. Je kunt de kerspruim onderscheiden van andere pruimen door de lange vruchtsteel. Daardoor lijken ze ook meer op kersen dan op pruimen. De kerspruimpjes zijn eetbaar.

De kroon van de boom mag af en toe worden uitgedund, maar alleen in de periode juli tot september. Snoeien is niet wenselijk, door de snoeiwondjes kan de boom besmet raken met een schimmel die leidt tot afsterven van de boom.

De kerspruim staat graag (deels) in de zon en is redelijk windbestendig.

Foto: Sandra Dobbelaar

Hulst (Llex aquifolium)

Hulst (Llex aquifolium)

De hulst is meestal een vrij smalle struik, maar kan ook als boom tot 10 meter hoog uitgroeien. Ook kan je hem snoeien tot bijvoorbeeld een haag. Het leuke is dat hij groen blijft in de winter. De bladeren zijn leerachtig, glanzend, donker groen, met een golvende/ getande rand met aan het uiteinde een spitse punt. De vrouwelijke struik draagt mooie rode of geelachtige bessen, die graag door lijsterachtigen gegeten wordt. Ook is het een belangrijke voedselplant voor de vlinder het boomblauwtje. De witte bloemen worden ook intensief door insecten bezocht. Hij doet het goed op alle bodemtypes, verdraagt veel schaduw, en kan goed tegen de (zee)wind. Het is een langzame groeier, dus goed te combineren met andere begroeiing. Je kan hem beter niet verplaatsen.

Foto: Sandra Dobbelaar

Welke boom is geschikt voor jouw tuin?

Grote tuin Kleine tuin Stadstuin
Eenstijlige meidoorn + +  (gesnoeid/haag) +  (gesnoeid/haag)
Winterlinde + + (geknot of als leilinde)
Wilde walnoot +
Groene hazelaar + + (gesnoeid)
Wilde appel + + +
Gelderse roos + + +
Boswilg + + (geknot)
Gele kornoelje + + + (gesnoeid)
Wilde liguster + + + (gesnoeid)
Kerspruim + + (gesnoeid)
Hulst + + +

 

Hoe verzorg ik jonge boompjes?

Jonge boompjes geplant? hoe nu verder? Hoe verzorg je je jonge boompjes goed?
Lees hier alles over in de factsheet.

Naar de factsheet